Waarom de kiezer níét koos voor een ‘simpel’ centrumrechts kabinet

De VVD zegt dat de Nederlandse kiezer heeft gevraagd om een centrumrechts kabinet. Maar als we naar de officiële uitslag van de recente Tweede Kamerverkiezingen (29 oktober 2025) kijken, zien we iets anders: de kiezer koos vooral voor verdeeldheid en het politieke midden!

Hier zijn drie duidelijke redenen waarom de uitslag geen simpele ‘rechts-af’ is geworden.

Het Midden won: D66 en PVV op gelijke hoogte

De meest opvallende uitkomst van de verkiezingen is dat D66 (een uitgesproken midden- of centrumpartij) en de PVV (radicaal-rechts) beide de grootste zijn geworden, met elk 26 zetels.

D66’s overwinning laat zien dat een groot deel van de kiezers juist kiest voor een progressieve, toekomstgerichte en pro-Europese koers. De winst van D66 is een direct signaal van veel kiezers die een middenkabinet wensen, misschien zelfs met linkse partijen erbij. Dit is het tegenovergestelde van een pure ‘rechts-afslag’.

De PVV won ook flink, wat wel een sterke rechtse wind op thema’s als migratie en bestaanszekerheid aangeeft. Maar het feit dat een middenpartij als D66 even groot is, maakt de claim van een uitsluitend ‘rechts kabinet’ onmogelijk zonder D66’s invloed.
Kortom: De kiezer heeft twee tegengestelde signalen afgegeven, waardoor een centrumrechts kabinet geen automatisme is.

De VVD is flink gekrompen

Als het electoraat echt massaal voor een centrumrechts kabinet had gekozen, dan zou je verwachten dat de traditionele centrumrechtse aanvoerder, de VVD, daarvan geprofiteerd zou hebben. Dat is niet gebeurd.

De VVD verloor flink en eindigde op de derde plek met 22 zetels.

Veel VVD-kiezers zijn weggelopen. Een deel ging naar de PVV (nog rechtser), maar een ander deel ging naar het CDA (dat zich meer op het midden positioneerde) of zelfs naar D66.

Resultaat: De VVD is niet meer de onbetwiste leider van rechts. De traditionele motor van ‘centrumrechts’ heeft kiezers verloren aan zowel het radicale rechts als aan het politieke midden.

De versnippering is groter dan ooit

De Tweede Kamer telt nu meer partijen dan ooit, en de onderlinge verschillen zijn toegenomen. Er is geen meerderheid (76 zetels) te vinden door simpelweg de ‘rechtse’ partijen op te tellen.

Zelfs als je de VVD, PVV, CDA en bijvoorbeeld JA21 bij elkaar optelt, kom je vaak niet aan een meerderheid van 76. Er zijn dus altijd partijen nodig die politiek gezien minder rechts zijn om tot een stabiel kabinet te komen.

Wat betekent dit? De kiezer heeft niet één duidelijke richting gekozen, maar heeft de partijen gedwongen om over hun eigen schaduw heen te stappen. De enige manier om een stabiele meerderheid te vormen, is door brede samenwerking: over de ‘blokken’ heen.

Conclusie: Een Middenkabinet ligt voor de hand

De uitslag is geen keuze vóór links, maar ook zeker geen overduidelijke keuze vóór uitsluitend rechts.

De kiezer koos voor D66 als grootste middenpartij en heeft de VVD verzwakt. Dit dwingt de partijen om een brede coalitie te zoeken, waardoor de kans op een middenkabinet dat een mix van links en rechts beleid voert (bijvoorbeeld met D66, VVD, CDA en GroenLinks/PvdA) veel groter is dan een kabinet dat puur rechts is.

De VVD mag dan zeggen dat de kiezer rechts wil, de uitslag toont vooral dat de kiezer geen duidelijke meerderheid heeft gegeven aan één blok, maar aan de partijen heeft gevraagd om samen te werken vanuit het brede politieke midden.