
De Raad van State (RvS) is een van de belangrijkste, maar minst politieke, organen van de Nederlandse staatsinrichting. Het functioneert als de hoogste algemene bestuursrechter én als het belangrijkste adviesorgaan van de regering en het parlement. De huidige benoemingsprocedure – een Koninklijk Besluit op voordracht van de regering, met een belangrijke aanbeveling van de Raad zelf – waarborgt de cruciale onafhankelijkheid van het orgaan.
Als we zouden pleiten voor een benoeming door de Tweede Kamer, zoals we die kennen bij de Nationale ombudsman of de Algemene Rekenkamer, zouden we het wezenlijke karakter van de Raad van State fundamenteel veranderen en daarmee ernstige risico’s lopen.
De noodzaak van juridische en politieke afstand
De Raad van State vervult twee hoofdrollen die absolute onafhankelijkheid vereisen:
Rol als Hoogste Bestuursrechter (Afdeling Bestuursrechtspraak)
De Afdeling Bestuursrechtspraak is de hoogste rechter in geschillen tussen burgers en de overheid. Rechters moeten vrij zijn van politieke druk.
Als de Tweede Kamer (het politieke hart van het land) de RvS-leden zou benoemen, creëer je een directe afhankelijkheid. De Raad zou dan de wetten en besluiten van de regering en het parlement moeten toetsen, terwijl haar leden hun positie danken aan de politici die verantwoordelijk zijn voor diezelfde wetten en besluiten. Dit ondermijnt de onpartijdigheid en het vertrouwen in de rechtspraak.
Rol als Adviseur van Wetgeving (Afdeling Advisering)
De Afdeling Advisering beoordeelt alle wetsvoorstellen op hun juridische kwaliteit, uitvoerbaarheid en grondwettigheid, nog voordat ze in de Tweede Kamer worden behandeld. De adviezen zijn vaak kritisch en vereisen een neutrale, deskundige blik, ver weg van de dagelijkse politieke strijd.
Als de Kamer de benoeming zou doen, bestaat het risico dat men eerder kiest voor kandidaten die ideologisch meegaand zijn of die de agenda van de heersende politieke meerderheid steunen. De Raad zou dan veranderen van een onafhankelijke kwaliteitsbewaker in een verlengstuk van de politieke kleur van het moment.
Het risico van politieke benoemingen
De RvS-leden moeten vooral juridische en bestuurlijke deskundigheid meebrengen. Het zijn staatsrechtgeleerden, ervaren bestuurders of topjuristen. Hun selectie moet gebaseerd zijn op hun professionele merites, niet op hun partijlidmaatschap of politieke loyaliteit.
Een benoeming door de Tweede Kamer zou onvermijdelijk leiden tot een grotere politieke weging bij de selectie. Men zou kandidaat-leden gaan beoordelen op hun eerdere uitspraken of politieke voorkeuren, wat de benoemingsprocedure politiseert en de RvS dwingt om een politieke kleur aan te nemen. Dit is precies het tegenovergestelde van wat een onafhankelijk advies- en rechtspraakcollege nodig heeft.
De Koning als symbool van neutraliteit
De huidige procedure, waarbij de benoeming uiteindelijk geschiedt bij Koninklijk Besluit, symboliseert de staatsrechtelijke continuïteit en neutraliteit van de functie. Het plaatst de Raad boven de waan van de dag en de strijd tussen coalitie en oppositie.
De aanbeveling van de Raad zelf is daarbij cruciaal: de Raad waarborgt zo de interne expertise en kwaliteit van haar nieuwe leden. Het is een zelfregulerend mechanisme dat garandeert dat de nieuwe leden aan de hoge professionele standaarden voldoen.
Conclusie
De onafhankelijkheid van de Raad van State is een van de hoekstenen van de Nederlandse rechtsstaat.
De huidige, meer gebalanceerde procedure – met een voordracht door de regering, een aanbeveling door de RvS zelf, en de formele benoeming door het staatshoofd – garandeert dat de Raad deskundig en onafhankelijk kan blijven opereren. Een directe benoemingsmacht voor de Tweede Kamer zou de onafhankelijke rechterlijke en adviserende rol van de RvS ernstig in gevaar brengen en is daarmee een brug te ver. De waarde van de RvS zit juist in de afstand tot het politieke vuur.