Het ‘Taghi-effect’: Heiligt het doel de middelen in onze rechtsstaat?

Het is een van de oudste clichés uit de geschiedenis van het recht: “Liever tien schuldigen vrijuit, dan één onschuldige in de gevangenis.” Het is de ultieme samenvatting van hoe we onze westerse rechtsstaat hebben ingericht. We beschermen de burger tegen de almachtige overheid. Maar wie de afgelopen jaren het Nederlandse strafrecht heeft gevolgd, voelt dat er iets is gekanteld. Onder druk van de meedogenloze mocro-mafia lijkt het credo geruisloos te zijn veranderd in: “Het maakt niet uit hoe, als ze maar achter de tralies verdwijnen.”
We zijn op een punt beland waarin de jacht op zware criminelen belangrijker lijkt te zijn geworden dan de principes van een eerlijk proces. En dat zou iedereen – niet alleen de advocatuur – grote zorgen moeten baren.

De illusie van het gelijke speelveld

In Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) staat een prachtig principe verankerd: equality of arms, oftewel de gelijkheid van wapens. Het idee is simpel: als burger sta je in de rechtszaal lijnrecht tegenover een overheid met een nagenoeg onbeperkt budget, het opsporingsapparaat van de politie en alle denkbare technologische hulpmiddelen. Om dat machtsverschil te compenseren, krijg je als verdachte rechten. Het recht op een onafhankelijke advocaat met een absoluut verschoningsrecht (het recht om in het geheim met je advocaat te praten) is daarvan de belangrijkste pijler.
Maar in de praktijk rondom de processen van kopstukken zoals Ridouan Taghi is dat gelijke speelveld ver te zoeken. Vanwege de extreme veiligheidsrisico’s en de angst voor het doorsluizen van opdrachten vanuit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI), zijn de regels ongekend aangescherpt. Advocaten worden visueel gecontroleerd, documenten worden gescreend en de drempel om advocaten te weigeren of te vervolgen is historisch laag.
Het Openbaar Ministerie (OM) stelt dat het recht op een advocaat “niet absoluut” is wanneer er dwingende redenen zijn van nationale veiligheid. En puur juridisch gezien hebben ze daar een punt; het Europees Hof staat beperkingen toe. Maar juridisch gelijk hebben is niet hetzelfde als rechtvaardigheid.

De sluipende ‘Taghi-uitzondering

Het gevaar zit hem in de psychologische schade die dit aanricht. Een advocaat die weet dat er een camera over zijn of haar schouder meekijkt in de spreekkamer van de EBI – ook al is het zogenaamd alleen om te controleren of er geen briefjes worden doorgegeven – kan nooit meer 100% vrijuit praten. Het chilling effect treedt op: de angst regeert, het diepe vertrouwen tussen cliënt en raadsman verdampt, en daarmee verdwijnt de kans op een écht effectieve verdediging.
Wat dit écht beangstigend maakt, is de wet van de hellende straat. Maatregelen die vandaag worden geïntroduceerd als ‘uniek, tijdelijk en puur voor de allerslimste en gevaarlijkste crimineel van de eeuw’, worden morgen de nieuwe norm. De geschiedenis leert dat een overheid die eenmaal nieuwe bevoegdheden heeft gekregen om grondrechten in te perken, deze vrijwel nooit meer vrijwillig inlevert. De grens van wat we acceptabel vinden verschuift stapje voor stapje.

Als we de fundamentele regels van het spel gaan aanpassen omdat de tegenstander zo vals speelt, beschermen we de rechtsstaat niet tegen criminaliteit; dan breken we hem zelf af.

De rechtsstaat bewijst zich in de modder

Het is makkelijk om de principes van een eerlijk proces te vieren wanneer het gaat om een kleine winkeldief of een snelheidsovertreder. Maar de échte lakmoesproef voor een beschaving is hoe we omgaan met de mensen die we als maatschappij het liefst direct, zonder tussenkomst van een rechter, achter de tralies zouden zetten.
Als we toestaan dat het OM en justitie de equality of arms buitenspel zetten omdat het ‘praktischer’ of ‘veiliger’ is, verliezen we iets wat veel kostbaarder is dan de winst van één gewonnen rechtszaak: we verliezen het maatschappelijke vertrouwen in het systeem zelf. We zagen dit eerder, in een heel andere context, bij de Toeslagenaffaire. Ook daar werd de jacht op fraudeurs zó heilig verklaard dat de rechten van onschuldige burgers volledig werden verpletterd onder de wielen van een doorgedraaide overheidsmachine.
Wanneer de angst regeert, wordt de rechtsstaat zijn eigen grootste vijand. Het wordt tijd dat we ons afvragen hoever we willen gaan in de jacht. Want als we de rechtsstaat moeten opofferen om hem te beschermen, wat blijft er dan uiteindelijk nog over om te verdedigen?