De (recente) gebeurtenissen rondom het verbranden van heilige boeken, zoals de Koran, hebben een intense discussie teweeggebracht. Aan de ene kant staat de vrijheid van meningsuiting en demonstratie, een fundamenteel recht in democratische samenlevingen. Aan de andere kant staan de diepe gevoelens van respect, geloof en identiteit die zo’n daad raakt. Het is een complex debat, maar er zijn sterke argumenten om de verbranding van de Koran, of welk heilig boek dan ook, niet onder het demonstratierecht te laten vallen.
Laten we beginnen met het doel van het demonstratierecht. Dit recht is ontworpen om burgers in staat te stellen hun stem te verheffen, hun onvrede te uiten en te pleiten voor politieke of sociale verandering. Het is een cruciaal instrument voor een gezonde democratie. Echter, de wetten die dit recht beschermen, bevatten ook grenzen. De vrijheid van meningsuiting stopt waar deze overgaat in haatzaaien, aanzetten tot geweld, of het opzettelijk beledigen van groepen op basis van hun religie of afkomst.
De verbranding van de Koran overschrijdt deze grens. Het is geen constructieve bijdrage aan het maatschappelijke debat. Het is geen protest tegen een specifiek beleid of een maatschappelijk probleem. Het is een daad die uitsluitend is bedoeld om te kwetsen, te provoceren en een hele bevolkingsgroep te vernederen. Het is een symbolische aanval op de identiteit en het geloof van miljoenen mensen wereldwijd. De actie is niet gericht op het overbrengen van een politieke boodschap, maar op het aanwakkeren van haat en verdeeldheid. Het is een provocatie die de maatschappelijke vrede ondermijnt.
De wetgeving zou hier duidelijker moeten zijn. In plaats van te focussen op de specifieke handeling van het verbranden, zou de nadruk moeten liggen op de intentie en het effect van de actie. Een demonstratie mag geen haatzaaien zijn. Een demonstratie mag niet gebruikt worden als middel om een hele bevolkingsgroep te vernederen. Door de verbranding van heilige boeken te verbieden als onderdeel van het demonstratierecht, zenden we een duidelijk signaal uit. Een signaal dat onze samenleving respect en wederzijds begrip boven haat en provocatie stelt.
De vrijheid van meningsuiting is een kostbaar goed, maar het is geen vrijbrief voor haat. Het is tijd om een duidelijke lijn te trekken en te zeggen: dit is geen demonstratie, dit is provocatie en haatzaaien. En dat is iets wat geen enkele samenleving zou moeten tolereren.