De Kiesdrempel: Pil of Pijnstiller voor de Lange Formaties?

Telt u ze nog mee? Het aantal partijen in de Tweede Kamer is de afgelopen jaren flink gestegen. Dat betekent meer smaken om uit te kiezen, maar ook… langere formaties. Zodra de onderhandelingen over een nieuw kabinet weer eens aanslepen, duikt het idee van de kiesdrempel weer op.

Wat is die kiesdrempel precies? En is het echt de oplossing om ons formatieproces te versnellen?

Wat is de Kiesdrempel?

In Nederland kennen we formeel geen kiesdrempel. Iedereen die de zogenaamde ‘kiesdeler’ (het aantal stemmen voor één zetel) haalt, krijgt een plek in de Kamer. Maar in landen zoals Duitsland en België werkt het anders: daar moet een partij een bepaald minimumpercentage van de stemmen halen (vaak 5%) om mee te mogen doen aan de zetelverdeling. Dit is de kiesdrempel.

Voorstanders zeggen: een kiesdrempel is de pil die we nodig hebben tegen de politieke versnippering.

Het Idee: Sneller een Kabinet

Het grote argument voor de kiesdrempel is de snelheidswinst tijdens de formatie.

Minder Chefs aan Tafel: Hoe meer partijen, hoe complexer de onderhandelingen. Met een kiesdrempel vallen de kleinste partijen af. De overgebleven partijen zijn groter en sterker.

Makkelijker Meerderheid: Als er minder, maar grotere partijen zijn, wordt het eenvoudiger om een meerderheid van 76 zetels te vinden. Je hebt dan minder partijen nodig om een coalitie te vormen, wat het proces kan verkorten.

Kortom: minder partijen = minder compromissen = sneller klaar.

Het Gevaar: Verlies van Stemmen

Toch is het niet zo eenvoudig. De kiesdrempel heeft ook serieuze nadelen, vooral voor onze democratie.

“Weggegooide” Stemmen: Dit is het grootste bezwaar. Als een partij 4% van de stemmen haalt en de drempel is 5%, gaan al die stemmen verloren bij de zetelverdeling. Dit ondermijnt het principe dat elke stem telt en kan het vertrouwen in de politiek schaden.

Niet de Oorzaak van de Vertraging: Veel experts stellen dat de lange formaties niet de schuld zijn van de paar kleinste partijtjes. Ze worden vaker veroorzaakt doordat de grote partijen te ver uit elkaar liggen, of simpelweg niet met elkaar willen onderhandelen. De kiesdrempel is dan een pleister op een veel diepere wond.

Minder Representatie: Met een kiesdrempel krijgen specifieke onderwerpen, die wel leven bij een minderheid van de kiezers, geen stem meer in de Tweede Kamer. De diversiteit van het politieke debat neemt af.

Conclusie: Pil of Pijnstiller?

De kiesdrempel is een radicaal middel. Het kan de formatie versnellen door de tafel op te ruimen. Maar daar staat tegenover dat we een fundamenteel democratisch principe – dat elke stem telt – aan de kant schuiven.

De vraag is dus: geven we de voorkeur aan een snelle en efficiënte formatie met het risico op miljoenen verloren stemmen, of houden we vast aan onze zorgvuldige evenredige vertegenwoordiging, ook al betekent dit soms lange en ingewikkelde onderhandelingen?

Waarom de Tweede Kamer de Raad van State niet moet benoemen: De waarde van afstand

De Raad van State (RvS) is een van de belangrijkste, maar minst politieke, organen van de Nederlandse staatsinrichting. Het functioneert als de hoogste algemene bestuursrechter én als het belangrijkste adviesorgaan van de regering en het parlement. De huidige benoemingsprocedure – een Koninklijk Besluit op voordracht van de regering, met een belangrijke aanbeveling van de Raad zelf – waarborgt de cruciale onafhankelijkheid van het orgaan.

Als we zouden pleiten voor een benoeming door de Tweede Kamer, zoals we die kennen bij de Nationale ombudsman of de Algemene Rekenkamer, zouden we het wezenlijke karakter van de Raad van State fundamenteel veranderen en daarmee ernstige risico’s lopen.

De noodzaak van juridische en politieke afstand

De Raad van State vervult twee hoofdrollen die absolute onafhankelijkheid vereisen:

Rol als Hoogste Bestuursrechter (Afdeling Bestuursrechtspraak)

De Afdeling Bestuursrechtspraak is de hoogste rechter in geschillen tussen burgers en de overheid. Rechters moeten vrij zijn van politieke druk.

Als de Tweede Kamer (het politieke hart van het land) de RvS-leden zou benoemen, creëer je een directe afhankelijkheid. De Raad zou dan de wetten en besluiten van de regering en het parlement moeten toetsen, terwijl haar leden hun positie danken aan de politici die verantwoordelijk zijn voor diezelfde wetten en besluiten. Dit ondermijnt de onpartijdigheid en het vertrouwen in de rechtspraak.

Rol als Adviseur van Wetgeving (Afdeling Advisering)

De Afdeling Advisering beoordeelt alle wetsvoorstellen op hun juridische kwaliteit, uitvoerbaarheid en grondwettigheid, nog voordat ze in de Tweede Kamer worden behandeld. De adviezen zijn vaak kritisch en vereisen een neutrale, deskundige blik, ver weg van de dagelijkse politieke strijd.

Als de Kamer de benoeming zou doen, bestaat het risico dat men eerder kiest voor kandidaten die ideologisch meegaand zijn of die de agenda van de heersende politieke meerderheid steunen. De Raad zou dan veranderen van een onafhankelijke kwaliteitsbewaker in een verlengstuk van de politieke kleur van het moment.

Het risico van politieke benoemingen

De RvS-leden moeten vooral juridische en bestuurlijke deskundigheid meebrengen. Het zijn staatsrechtgeleerden, ervaren bestuurders of topjuristen. Hun selectie moet gebaseerd zijn op hun professionele merites, niet op hun partijlidmaatschap of politieke loyaliteit.

Een benoeming door de Tweede Kamer zou onvermijdelijk leiden tot een grotere politieke weging bij de selectie. Men zou kandidaat-leden gaan beoordelen op hun eerdere uitspraken of politieke voorkeuren, wat de benoemingsprocedure politiseert en de RvS dwingt om een politieke kleur aan te nemen. Dit is precies het tegenovergestelde van wat een onafhankelijk advies- en rechtspraakcollege nodig heeft.

De Koning als symbool van neutraliteit

De huidige procedure, waarbij de benoeming uiteindelijk geschiedt bij Koninklijk Besluit, symboliseert de staatsrechtelijke continuïteit en neutraliteit van de functie. Het plaatst de Raad boven de waan van de dag en de strijd tussen coalitie en oppositie.

De aanbeveling van de Raad zelf is daarbij cruciaal: de Raad waarborgt zo de interne expertise en kwaliteit van haar nieuwe leden. Het is een zelfregulerend mechanisme dat garandeert dat de nieuwe leden aan de hoge professionele standaarden voldoen.

Conclusie

De onafhankelijkheid van de Raad van State is een van de hoekstenen van de Nederlandse rechtsstaat.
De huidige, meer gebalanceerde procedure – met een voordracht door de regering, een aanbeveling door de RvS zelf, en de formele benoeming door het staatshoofd – garandeert dat de Raad deskundig en onafhankelijk kan blijven opereren. Een directe benoemingsmacht voor de Tweede Kamer zou de onafhankelijke rechterlijke en adviserende rol van de RvS ernstig in gevaar brengen en is daarmee een brug te ver. De waarde van de RvS zit juist in de afstand tot het politieke vuur.

De Onvervreemdbare Waarde: Waarom hogere defensie-uitgaven niet ten koste mogen gaan van de Zorg

De wereld is veranderd. De noodzaak om te investeren in onze veiligheid en Defensie is door de huidige geopolitieke situatie weer onmiskenbaar op de agenda gekomen. Meer middelen voor onze strijdkrachten, om te voldoen aan NAVO-normen en om onze mensen en belangen te beschermen, lijken onvermijdelijk.
Maar de manier waarop we deze investeringen financieren, is een cruciale, fundamentele keuze voor onze samenleving. De recente discussie waarin hogere defensie-uitgaven direct gekoppeld worden aan (soms forse) bezuinigingen op de zorg, is kortzichtig, gevaarlijk en gaat voorbij aan de kernwaarden van een welvarend land.

Zorg en Veiligheid: Geen communicerende vaten

Het is een veelgebruikte, maar valse tegenstelling: óf meer tanks, óf betere ouderenzorg. Een moderne staat heeft de plicht om in beide te voorzien. Veiligheid en een sterke krijgsmacht zijn essentieel voor de soevereiniteit en stabiliteit. Maar wat hebben we aan veiligheid buiten onze grenzen, als de menselijke veiligheid binnen onze grenzen in gevaar komt?
De zorg is de ruggengraat van onze sociale zekerheid. Het gaat om toegankelijke ziekenhuizen, de beschikbaarheid van goede wijkverpleging, en de onmisbare hulp voor onze ouderen. Bezuinigen op deze vitale sector heeft directe en ingrijpende gevolgen voor de meest kwetsbaren in onze samenleving en voor de duizenden zorgprofessionals die al onder hoge druk staan.

De Economische en Sociale Impact van Zorgbezuinigingen

Bezuinigen op de zorg is economisch gezien een dubieuze keuze:
* Hogere Indirecte Kosten: Beperkte toegang tot zorg leidt tot uitstel van behandeling, langere ziekteverzuim en een daling van de arbeidsproductiviteit. Een gezonde bevolking is de basis van een sterke economie.
* Krapte op de Arbeidsmarkt: De zorgsector kampt al met ernstige personeelstekorten. Bezuinigingen, bijvoorbeeld door versobering van het basispakket of hogere eigen risico’s, verhogen de werkdruk en maken de sector minder aantrekkelijk. Dit leidt tot een vicieuze cirkel van slechtere zorg en meer uitstroom.
* Toenemende Onzekerheid: Een sterke verzorgingsstaat creëert vertrouwen en sociale cohesie. Het afbreken van de zekerheid van goede zorg ondermijnt dit vertrouwen en kan leiden tot grotere sociale ongelijkheid, waarbij alleen de rijken zich nog de beste zorg kunnen veroorloven.

Waar halen we het geld vandaan? De echte keuzes

Het argument dat ‘er ergens bezuinigd moet worden’ omdat ‘gratis geld niet bestaat’ is te simpel. Het verhult dat er andere, politiek moeilijkere, maar budgettair veel effectievere keuzes zijn:
* Belastinghervorming: Er is structurele ruimte te vinden door het belastingstelsel eerlijker in te richten. Denk aan het aanpakken van mazen en onnodige regelingen voor grote bedrijven, of een herziening van de belasting op vermogen. Zoals vakbonden al bepleiten, kan het dichten van belastinglekken en het herzien van fiscale regelingen aanzienlijke miljarden opleveren. [1]
* Europese Flexibiliteit: De Europese begrotingsregels bieden vaak ruimte, of staan in ieder geval discussie toe, om bepaalde defensie-uitgaven incidenteel of buiten het reguliere begrotingstekort te houden. Deze opties moeten ten volle worden benut, in plaats van onmiddellijk in de sociale potten te grijpen. [2]
* Efficiëntie in Defensie: Hoewel Defensie moet groeien, moet ook hier kritisch gekeken worden naar doelmatigheid en de lessen uit eerdere, kostbare inkooptrajecten. Duurzaamheid en innovatie in de defensie-industrie kunnen ook economische spin-offs creëren.

Conclusie

Investeren in Defensie is investeren in de bescherming van onze waarden. Maar één van de belangrijkste waarden die we te beschermen hebben, is de solidariteit en de zorg voor elkaar. De keuze voor hogere defensie-uitgaven hoeft niet te leiden tot bezuinigingen op de zorg. Dit is een politieke keuze, geen economische noodzaak.
Laten we als samenleving de moed tonen om de benodigde extra middelen te vinden door middel van een eerlijke en structurele herverdeling, in plaats van onze meest essentiële voorzieningen te ondermijnen. Een land dat zijn burgers niet kan genezen, kan zichzelf niet effectief verdedigen. Zorg en Veiligheid verdienen beide de hoogste prioriteit.

Bronvermelding

[1] FNV (Dick Koerselman), “Nee, we hoeven niet te bezuinigen op de samenleving om te investeren in defensie.” (Betreft het pleidooi voor inkomstengroei via belastinghervormingen, zoals aanpakken van de bedrijfsopvolgingsregeling).
[2] Instituut PE/Montesquieu Instituut, “Oplossen van de begrotingspuzzel vraagt om kiezen in de zorg en bij defensie.” (Betreft de analyse van structurele versus incidentele defensie-uitgaven en de Europese begrotingsregels).
Algemene context en noodzaak tot keuze:
* CPB (Centraal Planbureau): Doorrekeningen van verkiezingsprogramma’s, waaruit blijkt dat veel partijen de hogere defensie-uitgaven (NAVO-norm) dekken met bezuinigingen op de zorg.
* Gupta Strategists: Rapport over de impact van hoge defensie-uitgaven op de zorgsector.
* Diverse nieuwsbronnen (Skipr, NOS, etc.): Verslaglegging van politieke standpunten en de dreiging van bezuinigingen in de zorg als gevolg van de NAVO-norm.

Van Wie is die Zetel Nu Eigenlijk? De Politieke Stoelendans

Wat gebeurt er als een politicus ruzie krijgt met zijn partij en besluit solo verder te gaan? Wie is dan de rechtmatige eigenaar van die ene plek in de Tweede Kamer? Is de zetel van de politicus zelf of van de partij die hem groot heeft gemaakt?
Het is een van de meest fundamentele en tegelijkertijd meest verwarrende aspecten van de Nederlandse democratie. Het korte antwoord is: de zetel is van de politicus. Maar de politieke realiteit ligt een stuk ingewikkelder.

Het Formele Antwoord: De Zetels Zijn Persoonlijk

Kijk je naar de Grondwet, dan is de situatie glashelder.
De Nederlandse Grondwet kent een cruciaal principe: stemmen zonder last of ruggespraak (artikel 67 lid 3). Dit betekent dat een lid van de Tweede Kamer, nadat hij of zij is geïnstalleerd, geen verantwoording verschuldigd is aan zijn of haar partij of aan de kiezers. De politicus vertegenwoordigt het hele volk en is vrij in zijn of haar stemgedrag.
De praktische consequentie hiervan is:
* De zetel is persoonlijk.
* Een politieke partij kan een gekozen Kamerlid de zetel niet afnemen, ook niet als hij of zij uit de partij wordt gezet of zelf opstapt.
* Het Kamerlid gaat in zo’n geval verder als een afsplitsing of ‘Groep X’ en behoudt alle rechten van een Kamerlid, inclusief spreektijd en budget.
Dit persoonlijke mandaat is een bewuste keuze: het beschermt de volksvertegenwoordiger tegen overmatige druk van partijleiders en waarborgt de onafhankelijkheid.

De Ethische Vraag: Van Wie Waren Die Stemmen?

Hoewel de wet duidelijk is, schuurt het in de praktijk vaak. De meeste stemmen worden in Nederland uitgebracht op basis van evenredige vertegenwoordiging, wat betekent dat kiezers stemmen op een partijlijst, niet op een districtkandidaat.
De politieke en ethische realiteit is daarom dat die zetel dankzij de partij is verworven:
* De Lijst en het Programma: De kiezer heeft gestemd op het programma, het gezicht, en de merknaam van de politieke partij.
* De Campagne: De zetel is behaald met de middelen, de vrijwilligers en de campagnekracht van de partij.
Wanneer een politicus de partij verlaat en de zetel meeneemt, wordt dit doorgaans gezien als het stelen van stemmen. Hoewel de wet het toestaat, vinden velen dat de politicus de zetel ethisch gezien zou moeten teruggeven aan de partij.

Waarom Verandert Dit Niet?

De discussie over het ‘zwevende Kamerlid’ laait bij elke afsplitsing weer op. Waarom wordt de wet dan niet veranderd?
Het aanpassen van de Grondwet om de zetel van de partij te maken, zou het risico met zich meebrengen dat Kamerleden ondergeschikt worden aan de partijtop. Dit kan leiden tot een minder vrije en minder kritische volksvertegenwoordiging, wat indruist tegen de geest van onze democratie.
De huidige situatie is dus een afweging tussen twee idealen: de vrijheid en onafhankelijkheid van de volksvertegenwoordiger versus de loyaliteit aan de partij en de wil van de kiezer. Voor nu heeft de Grondwet gekozen voor de onafhankelijkheid van de politicus, ook al leidt dat soms tot een politieke stoelendans.
Wat vind jij? Moet een politicus de zetel teruggeven als hij of zij de partij verlaat?